Over STIVORO / Nieuws & persberichten / In memoriam Martin Bril
In memoriam Martin Bril

Samen met de rest van Nederland treurt STIVORO om het heengaan van een bijzonder mens en groot schrijver: Martin Bril

STIVORO heeft Martin leren kennen toen hij zich enthousiast inzette voor onze 'Stoppen met roken' campagne van 2002/2003. Hij was toen bereid zijn persoonlijkheid en zijn schrijftalent voor deze campagne in te zetten.

Wij zijn dankbaar dat we met hem hebben mogen samenwerken. We wensen zijn familie en andere dierbaren heel veel sterkte toe. 

Hij schreef voor ons de volgende column:


Bent u wel eens gestopt met roken?
Ik wel.
Stoppen met roken is één van de mooiste voornemens die ik ken, eindelijk ben je -bijna- van die smerige gewoonte verlost. Maar het is ook een voornemen waar je een beetje droevig van kunt worden, straks rook je immers niet meer.
Wat dan? Hoe ziet het leven er dan uit?
Beter, gezonder, rustiger.

Maar voor het zo ver is, moet je wel eerst echt stoppen en dat is niet in een handomdraai gedaan. Ik stopte met roken omdat ik er geen zin meer in had. Bovendien; mijn kinderen vonden dat ik er niet dood aan moest gaan. Om het stoppen een beetje in goede banen te leiden was ik gewapend met pleisters, kauwgum en het telefoonnummer van een hulplijn die ik dag en nacht kon bellen als het me te kwaad werd. Verder was ik voorzien van snoep en zoethout, van die leuke stokjes die je in je mond kunt steken. Ik stopte op een maandagochtend.

Tien minuten later had ik zin in een sigaret. Hoe ik erin geslaagd ben die niet op te steken weet ik niet meer, maar het lukte. Tien minuten later had ik weer zin in een sigaret, en opnieuw vocht ik het titanengevecht en won ik. Nu was ik twintig minuten gevorderd en het leven zag er uit als een lange, trage treurmars. Waarschijnlijk regende het ook nog. Toch kwam ik die eerste dag door; veel Nicorette, dubbele dosis pleister op de schouders (veel jeuk), vroeg naar bed.
De volgende dag werd ik wakker als een officiële niet-roker.
Ging er iets door me heen?
Jazeker, ergenis.

Om de moed er in te houden, snoepte ik die tweede dag veel. Nog een geluk dat ik niet depressief werd, of was ik dat al? Ik belde met de hulplijn, een man vertelde mij hoe lang het ongeveer zou duren voor alle oude nicotine het lichaam uit was en hoe kort de periode van ontwenning eigenlijk wel niet was. Goed nieuws allemaal, als ik maar doorbeet. Dat deed ik, maar het werd al moeilijker, zeker naarmate de dag vorderde, want ik moest werken, wat in mijn geval zitten en tikken betekent, een bezigheid die onlosmakelijk verbonden is met een sigaret, al dan niet rokend in de asbak. Toen ik aan het einde van de dag niets gedaan had, werd het me zwaar te moede. Aan de horizon storte als het ware de economie in.

Maar ik hield vol, en ik ging me beter voelen, sterker nog; er waren momenten dat ik niet aan roken dacht en zelfs momenten dat ik me beter voelde dan ooit. Een vriend maakte me intussen attent op een cursus, gebaseerd op het werk van de Engelsman Alan Carr en voor de zekerheid besloot ik die ook nog maar even te volgen. Baat het niet schaad het niet; ook als niet-roker wringt de roker zich nog in allerlei bochten.

De cursus was een succes. Een middaglang werd ik overladen met informatie, maar de kern ervan was dat ik niet HOEFDE te roken, het was nergens voor nodig, pure onzin. De sigaret die je rookt is alleen nodig om het effect van de vorige te herhalen; wie inziet dat hij die eerste sigaret in die lange, eindeloze reeks gewoon kan overslaan, is gestopt met roken. Volkomen gelukkig reed ik naar huis.

Weer ging het een paar dagen goed, maar toen ging het mis en rookte ik ineens weer. Wat er mis ging, weet ik niet meer. Ik geloof dat ik ergens las of hoorde dat een gemiddelde roker drie stoppogingen nodig heeft om echt van het roken af te komen. Dit was mijn eerste poging, en die kon ik dus met een gerust geweten opgeven, zo diep kun je vallen. Daar staat weer tegenover dat ik 1 januari aanstaande wéér met roken ga stoppen, ik bedoel - zo blijf ik lekker bezig. Op een dag zal ik niet meer roken, en daar gaat het om.