
Het percentage jongeren dat denkt zelf kans te lopen verslaafd te raken aan roken als ze roken of zouden roken is gedaald van 73% in 2009 naar 68% in 2010. Dit percentage is in jaren niet zo laag geweest. Daarnaast hebben jongeren een onjuist beeld van het aantal rokers in Nederland. In het onderzoek is aan jongeren gevraagd wat volgens hen het percentage rokers in Nederland is. Gemiddeld denken jongeren dat 43% van de Nederlanders rookt. Terwijl dit in werkelijkheid 28% is. ‘We moeten zorgen dat de jeugd een juist beeld van de werkelijkheid krijgt. Dat roken niet de norm is en het niet normaal is een product te gebruiken dat zo verslavend en schadelijk is. We weten dat de sociale norm grote invloed heeft op het gaan roken en op het blijven roken. In een samenleving waarin roken minder geaccepteerd wordt, beginnen minder jongeren met roken en stoppen meer volwassen rokers.'
Het onderzoek dat TNSNIPO jaarlijks voor STIVORO uitvoert
onder zo’n 4.600 jongeren, laat verder zien dat er de laatste tien jaar een
lichte daling is in het percentage jongeren dat zegt dat er op school het
afgelopen jaar aandacht was voor roken. Dit ligt rond de 30%. Van de 10- t/m 14-jarigen is dat 44% en van de 15- t/m 19-jarigen 20%. Dat is een ontwikkeling die we
moeten keren', zegt Lies van Gennip, ‘scholen vormen een belangrijk kanaal om
jongeren de kennis over de gevaren van roken en over hoe ongewoon roken in
feite is, bij te brengen. Hiervoor zijn lesprogramma's ontwikkeld die aan de
relevante onderwerpen ten aanzien van roken aandacht besteden.'
In Nederland rookt op dit moment 21% van de jeugd van 10-
t/m 19-jaar. Dit is hetzelfde percentage als in 2009. Op 10- t/m 12-jarige
leeftijd rookt nog maar 1%, terwijl dit daarna snel toeneemt. Op 13- t/m 14-jarige
leeftijd rookt 14%, op 15- t/m 16-jarige leeftijd 33% en op 17- t/m 19-jarige
leeftijd 39%.
Bekijk de gegevens bij dit persbericht (.pdf)
Van zorgverzekering naar gezondheidsverzekering
Het is al een oude spreuk, maar voorkomen is inderdaad beter dan genezen. Het behandelen van ziekten staat centraal in de zorg. "We moeten echt anders gaan denken - gericht op het voorkomen dat mensen een zorgvraag krijgen" aldus Niek Klazinga, voorzitter van de Nederlandse Public Health Federatie: "De zorgverzekering moet een gezondheidsverzekering worden".
Positief signaal
Vergoeding van stoppen-met-rokenprogramma's heeft ook andere effecten zoals de erkenning dat roken een verslaving is die behandeld moet worden. Driekwart van de rokers geeft aan (ooit) te willen stoppen met roken. "Aangezien in lage welstandsgroepen vaker wordt gerookt dan in hogere welstandgroepen, is vergoeding ook belangrijk om de sociaal economische gezondheidsverschillen in te dammen" aldus Lies van Gennip, directeur van STIVORO. Er is geen financiële drempel meer om een stoppoging met effectief bewezen ondersteuning te ondernemen.
Saves money, saves lives
Obama ging minister Klink al voor als het gaat om het juist nu investeren in de gezondheidszorg. Hij stelde in zijn pleidooi voor een ander zorgverzekeringsstelsel al dat investeren in preventie rendement oplevert: 'it makes sense, it saves money and it saves lives'. Het opnemen van stoppen-met-rokenprogramma's in de basisverzekering past helemaal in dit plaatje maar ook in het beleid van minister Klink gericht op het voorkomen dat mensen ziek worden. Een gezonde bevolking zal immers uiteindelijk leiden tot een gezondere economie.
Op de stelling 'Regels die roken in de horeca verbieden vind ik...' antwoordde 65% (zeer) goed in het tweede kwartaal van 2010, terwijl in hetzelfde kwartaal van 2009 nog 58% deze mening had. 'Onder volwassenen constateren we, net als bij jongeren, een kanteling en meer steun voor de rookvrije horeca. Dat is ondanks de al twee jaar aanhoudende discussie een positieve ontwikkeling. Niet-roken is ook bij volwassenen sterker de norm, dat tonen deze cijfers aan', aldus Lies van Gennip, directeur van STIVORO. Volgens Van Gennip is dit een duidelijk signaal voor het volgende kabinet om geen uitzonderingen op de wet te maken. 'De bevolking heeft de rookvrije horeca inmiddels geaccepteerd en omarmd, uitzonderingen zullen leiden tot onduidelijkheid en onbegrip. Daar is niemand bij gebaat.'
De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit constateert in haar recente Intraval naleefmonitor rookvrije horeca dat de naleving van de rookvrije horeca in de zomer van 2010 iets is verbeterd ten opzichte van het voorjaar van 2010. De handhaving werpt dus inmiddels zijn vruchten af. Een mogelijke verklaring is de uitspraak van de Hoge Raad en Rechtbank in Arnhem inzake de twee cafés die de tabakswet aanvochten die in het ongelijk werden gesteld. Daarmee is duidelijk dat de rookvrije horeca voor alle sectoren geldt. Tegelijkertijd constateren we uit het TNS NIPO onderzoek dat de hinder die mensen ervaren door tabaksrook vooral in cafés is toegenomen van 28% in het tweede kwartaal van 2009 naar 31% in het tweede kwartaal van 2010. In restaurants is dit afgenomen van 31% naar 27%. ‘Een mogelijke verklaring is dat men minder snel accepteert in de rook van een ander te moeten staan. De ervaren hinder neemt daardoor toe. Dit pleit voor het continueren van strenge(re) handhaving in de horeca’, aldus Van Gennip.
Download hier het onderliggende rapport.
Den Haag, 28 juni 2010 – Het advies van de huisarts te stoppen met roken brengt meer dan vier op de vijf rokers ertoe dat ook echt te overwegen. Tweederde van de rokers gaf zelfs aan dat ze daardoor een stoppoging hebben ondernomen. Dit blijkt uit een analyse van de ervaringen van rokers met de stoppen-met-rokenadvisering door Nederlandse huisartsen in de afgelopen negen jaar. De ondervraagde rokers geven aan het (zeer) te waarderen als de huisarts hen het advies geeft om te stoppen. Door te komen tot vergoeding van hulp bij stoppen wordt een drempel weggenomen voor huisartsen om meer te adviseren en daarbij te verwijzen naar bewezen werkzame hulp. Meer rokers zullen dan met succes stoppen met roken.
Van alle rokers die in 2009 de huisarts bezochten, zei 21% een stop-met-rokenadvies van hun huisarts te hebben gekregen. Van de rokers die in 2009 met hun huisarts over (stoppen met) roken spraken, kreeg 60% concreet het advies te stoppen met roken. Het aantal stopadviezen is in de afgelopen jaren echter nauwelijks gestegen. Hier liggen kansen de roker te helpen bij het stoppen, want uit onderzoek is gebleken dat een dergelijk advies van de huisarts rokers stimuleert het gevecht aan te gaan met hun verslaving. 'Het is daarbij van belang dat de huisartspraktijk kan doorverwijzen naar laagdrempelige ondersteuning bij het stoppen met roken', aldus Pieter van den Hombergh, senior beleidsadviseur van de Landelijke Huisartsen Vereniging. 'Het gaat om verwijsmogelijkheden in de buurt van de patiënt zonder financiële drempels. Dat maakt het adviseren over stoppen-met-roken in de huisartspraktijk gemakkelijker en effectiever. Het vergoeden van bewezen werkzame hulp zou een belangrijke stap vooruit zijn.'
Eén op de vijf (20%) rokers die met de huisarts sprak over (stoppen met) roken, werd doorverwezen naar ondersteuning bij stoppen met roken. De meesten kregen het advies om een effectief bewezen therapie te gebruiken, zoals gedragstherapie in combinatie met nicotinevervangers of medicatie. 'Hier is verbetering mogelijk,' aldus Lies van Gennip, directeur STIVORO. 'We weten dat het gebruiken van een bewezen werkzame therapie de slaagkans drie tot vier keer zo groot maakt. Daarmee wordt het effect van de inspanning van de huisarts verder verhoogd. Het is daarom van belang dat de minister het in 2009 genomen besluit om bewezen werkzame stoppen-met-rokenprogramma's te vergoeden, zo snel mogelijk effectueert.'
Utrecht, 18 juni 2010. Jongens die zonder ouders op vakantie gaan, drinken gemiddeld 17 glazen alcohol per vakantiedag, meisjes 7 glazen. Dat is meer dan thuis. Ook is de kans groter dat ze roken. Reden voor het Trimbos-instituut en STIVORO om een zomercampagne te starten, via regionale instellingen en met een landelijke radio en TV-campagne. De boodschap aan ouders: 'Stuur uw kind op vakantie met een afspraak: geen alcohol!' En: praat ook over roken én veilig vrijen. Want vakantie is een time-out situatie, ook voor jongeren die nog met hun ouders op vakantie gaan, en het is bekend dat riskant gedrag op deze terreinen dan toeneemt. Afspraken maken helpt de risico's te verminderen.
Thuis hebt u wellicht duidelijke afspraken over het drinken van alcohol en praat u over wel of niet thuis roken. Maar hoe gaat het als uw kind op vakantie gaat met vrienden? Of op vakantie een groot deel van de dag met vrienden is. Houdt hij/zij zich dan ook aan de afspraak? Of gaan alle remmen los? Ouders moeten zich realiseren dat het voor jongeren vaak moeilijk is om nee te zeggen als onder elkaar drank of sigaretten worden aangeboden. En omdat pubers op vakantie vooral met leeftijdsgenoten optrekken, is de druk extra groot. De kans op overmatig alcoholgebruik en roken is vele maten groter dan thuis.
Het Trimbos-instituut en STIVORO vinden dat duidelijke afspraken over alcoholgebruik en roken bij de voorbereiding van een vakantie horen. Gaat uw kind voor het eerst alleen, met een groepje vrienden, op vakantie: neem contact op met ouders van de vakantievrienden van uw kind. Samen afspraken maken over wat u wel en niet vindt kunnen, is makkelijker: voor uw kind, de vrienden, andere ouders en u. Met duidelijke afspraken heeft u ook een fijne vakantie. Dan heeft u werkelijk aan alles gedacht.
Op de website www.goedvoorbereidopvakantie.nl en op www.alcoholinfo.nl vindt u informatie en tips over alcohol, roken en seks. Ook kunt u ervaringen van andere ouders én jongeren lezen. De campagne gaat op 18 juni van start; dan worden de campagnematerialen regionaal verspreid via lokale instellingen GGD, IVZ, bibliotheken, ANWB, reiswinkels en outdoor & campingzaken. Het gaat om ansichtkaarten, posters en flyers. Vanaf 12 juli t/m 8 augustus zijn er radio- en TV- spotjes met dezelfde boodschap. De nadruk in de zomercampagne ligt op alcohol, in september volgt een campagne die meer gericht is op de risico's van roken.
Het is voor het eerst dat het Trimbos-instituut en STIVORO de krachten bundelen. Deze samenwerking is de opmaat van een nieuwe gezamenlijke campagne voor ouders over roken-, alcohol- en cannabisopvoeding in 2011.
Uit het het International Tobacco Control Project (ITC) dat vandaag door Geoffry Fong uit Canada wordt gepresenteerd, blijkt dat tabak in Nederland veel normaler wordt gevonden dan elders in de wereld. Slechts 22% van de rokers heeft bijvoorbeeld een negatieve houding ten aanzien van roken, terwijl dit in Canada 58,5% is. Waarschijnlijk komt dat doordat er de laatste jaren te weinig voorlichting is geweest over de schadelijkheid van tabak. Voorlichting via radio en televisie was bijvoorbeeld veel minder intensief dan voor de BOB-campagne. Bovendien waren campagnes vaak bedoeld om rokers te stimuleren te stoppen. Van Gennip: “We realiseren ons nu dat we - door ons in de voorlichting zo op de rokers te richten – minder hebben bijgedragen aan denormalisatie.”
Doordat tabak in Nederland nog vrij normaal wordt gevonden, beginnen jongeren makkelijker met roken, is het voor rokers moeilijker om te stoppen, en is de weerstand tegen maatregelen die beschermen tegen meeroken veel groter dan elders. Daarom moet het toekomstige beleid vooral investeren in denormalisatie van tabak bij de gehele bevolking.
Ook zou Nederland het internationale FCTC verdrag beter moeten naleven. Barbara Zolty van de WHO constateert dat Nederlandse waarschuwingen op de pakjes duidelijker en groter moeten zijn, dat reclame op de verkooppunten verder moet worden beperkt en dat de rookvrije horeca beter moet worden gehandhaafd.
Professor Stanton Glantz uit Californië heeft onderzocht waardoor het Nederlandse tabaksontmoedigingsbeleid stagneert. Hij constateert met zorg dat de tabaksindustrie – onder andere via werkgeversorganisatie VNO-NCW – veel invloed heeft. Dat blijkt uit openbaar gemaakte documenten van de tabaksindustrie. Ook blijkt de tabaksindustrie via derden, zoals de Stichting Red de Kleine Horecaondernemer, zoals vorig jaar uit onderzoek van NRC bleek, de rookvrije horeca probeert in te perken door voor uitzonderingen te pleiten.
Uit Argumentenkaarten die in opdracht van het Nationaal Programma Kankerbestrijding zijn ontwikkeld, blijkt dat er een breed draagvlak is voor een steviger beleid. Roken en meeroken leiden tot zoveel schade in de samenleving en ook zoveel maatschappelijke kosten, dat veel partijen zich daarvoor willen inzetten. Wel vindt men dat de overheid de regie moet nemen.
Voor het nu voorgestelde beleid is veel meer geld nodig, om tegenwicht te kunnen bieden tegen de tabaksindustrie. En geld ligt in de huidige tijd niet voor het oprapen. Van Gennip: “Geld kan gevonden worden door accijnzen te verhogen en de opbrengst te besteden aan voorlichting. Dit gebeurt in heel veel landen en is eigenlijk erg logisch.”
STIVORO is verbijsterd over de uitspraak door de lijsttrekker; consistentie in beleid toont waarlijk leiderschap, juist wanneer de gezondheid van mensen centraal staat. Cohen is van mening dat er geen draagvlak is voor de rookvrije horeca en dat de handhaving lastig is. De feiten zijn echter anders. De Volkskrant publiceerde onlangs onderzoek waaruit bleek dat het draagvlak voor de rookvrije horeca nog nooit zo hoog was. Op dit moment is 72% voor de rookvrije horeca, tegen 62% in aanloop naar de invoering van de maatregel. Handhaving is juist eenvoudiger als er geen uitzonderingen zijn. Het constant aanwakkeren van de discussie zorgt er juist voor dat de handhaving lastig wordt in de praktijk.
Lies van Gennip, directeur STIVORO: ´De uitspraak van dhr. Cohen is een hele onverstandige. Hij doet het voorkomen alsof de rookvrije horeca weer een verkiezingsitem is. Dit terwijl de gehele horeca in 2008 rookvrij is geworden door een kabinet waar de PvdA deel van uitmaakte.” Ook in de Tweede Kamer is deze maatregel veelvuldig en hartgrondig gesteund door de PvdA. De PvdA koos toen voor de gezondheid van de horecawerknemer en -bezoeker en niet voor druk en dreigementen voor omzetdaling ingegeven door de tabaksindustrie.
Door een dergelijke uitspraak zet Cohen de hele discussie onnodig op scherp. Dat is op zijn minst opmerkelijk, zo niet zorgelijk. ´Ik hoop dat dhr. Cohen spoedig zelf in ziet dat dit een onverstandige uitspraak is, die de onduidelijkheid juist in stand houdt. Als hij het dossier beter zou kennen, dan zou hij inzien dat het niet des PvdA´s is om dergelijke uitspraken te doen en hij vooral de tabaksindustrie hiermee een plezier doet ´, aldus van Gennip.
31 mei 2010, Den Haag, Amsterdam, Amersfoort – Nederlandse vrouwen hebben de twijfelachtige eer als een van de meeste van Europa te roken. Vijftig jaar na de eerste metingen van de rokersprevalentie, blijkt het verschil in percentage rokende vrouwen in Nederland slechts 3% te zijn: 29% in 1958 en 26% nu. Het verschil tussen mannen en vrouwen is in de loop der jaren steeds kleiner geworden; van 60% naar 4%.Vandaag (31 mei) is het wereldwijd niet-roken-dag. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt jaarlijks een thema vast. Dit jaar is gekozen voor het thema ´vrouwen en de marketing van de tabaksindustrie´. De WHO stelt vast dat vrouwen en meisjes een aantrekkelijke markt zijn voor de tabaksindustrie, en wil daarvoor waarschuwen. In landen met een laag percentage vrouwelijke rokers ziet de industrie nog groeimogelijkheden, zo bleek ook uit een publicatie van Trouw afgelopen zaterdag.
Lichte sigaretten
Een van de succesvolle marketingstrategieën richting vrouwen was de introductie van de 'light'-sigaret. Uit cijfers van Continu Onderzoek Rookgewoonten, dat TNS NIPO voor STIVORO verzorgt, blijkt dat teer- en nicotinearme sigaretten onder vrouwen nog steeds populairder zijn dan onder mannen: 26% van de vrouwen tegenover 17% van de mannen rookt dit type sigaretten. Ondanks het feit dat er een wettelijk verbod is op de term 'light', zijn ze nog steeds herkenbaar aan de in lichte kleuren uitgevoerde pakjes. Ze hebben de uitstraling van ´gezonder´ dan gewone sigaretten. Niets is minder waar. De ´light´ sigaretten worden vaak dieper geïnhaleerd waardoor longkanker zich dieper in de longen manifesteert en daardoor moeilijker te behandelen is. Jaarlijks sterven ruim zesduizend vrouwen aan de gevolgen van roken in Nederland. Bijna de helft hiervan betreft sterfte aan longkanker.
Europese vergelijking
In vergelijking tot andere Europese landen, heeft Nederland een van de hoogste percentages rokende vrouwen. Als gevolg daarvan is ook de sterfte aan longkanker in Nederland vergeleken met andere landen schrikbarend hoog. Daar waar het aandeel mannen dat aan longkanker sterft inmiddels daalt, is het aandeel vrouwen stijgende. Dagblad Trouw berichtte afgelopen zaterdag dat het aantal rokende vrouwen in Nederland mogelijk zo hoog is vanwege het grote aandeel niet-, of in deeltijd werkende vrouwen.
Ten behoeve van Wereld Niet Roken Dag heeft STIVORO een factsheet uitgebracht met cijfers over roken en vrouwen. Deze is te downloaden via www.wereldnietrokendag.nl
.jpg)
In de afgelopen decennia is het percentage rokers in Nederland gedaald. Onder hoog opgeleide rokers is het roken meer gedaald dan onder middelbaar en laag opgeleide rokers. Het percentage rokers onder laag opgeleiden daalde in de periode 1988-2008 met 6% van 36% naar 30%. Bij hoog opgeleiden met 9% van 31% naar 22%. Mede hierdoor zijn de sociaaleconomische gezondheidsverschillen de afgelopen 21 jaar toegenomen. Dit vertaalt zich in ongezonder en korter leven. Volgens het RIVM leven lageropgeleiden zes tot zeven jaar korter dan hoogopgeleiden en leven ze 14 jaar langer met beperkingen door ziekte en ongezondheid. Een belangrijk deel van deze verschillen wordt veroorzaakt door roken. Daarmee biedt stoppen met roken de kans op enorme verbetering van de gezondheid van lageropgeleiden.
De laag opgeleide roker onderneemt minder vaak een poging om te stoppen. Dit kan samenhangen met het feit dat hij verslaafder is, het daardoor moeilijker is om te stoppen en minder vertrouwen heeft in een succesvolle afloop. Door het gebruik van stopondersteuning wordt de kans op een succesvolle stoppoging 3 tot 4 keer zo groot. Uit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS blijkt dat het vergoeden van stopondersteuning ertoe leidt dat rokers meer gebruik van stopondersteuning maken en succesvoller stoppen. Dit geldt ook voor de lageropgeleiden. In 2009 maakte minister Klink zijn voornemen bekend aan de Tweede Kamer om per 1 januari 2011 bewezen werkzame hulp bij stoppen op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering. Het effectueren van dit voornemen zal een positieve invloed hebben op de gezondheid van de laag opgeleide rokers.
Onderliggend rapport
Themapublicatie: Sociaal economische verschillen in roken in Nederland 1988-2008
Aangehaalde bronnen
Van gezond naar beter: de vijfde Volksgezondheid Toekomst Verkenning
Proefimplementatie ´stoppen met roken´. Resultaten begeleidend onderzoek.
“Het gaat hier langzamer dan in veel andere landen. Ik vraag me af waarom dat zo is. Dat is een van de onderzoeksvragen waar ik mij op zal gaan richten.” Verder wil hij onderzoeken welke factoren een rol spelen bij het succes of falen van maatregelen die genomen worden om het roken te ontmoedigen. Willemsen is hoofd van de onderzoeksafdeling van STIVORO die al lange tijd een samenwerking heeft met CAPHRI (Care and Public Health Research Institute). In gezamenlijkheid worden methoden ontwikkeld om het roken terug te dringen. Bij gebleken werkzaamheid zorgt STIVORO ervoor dat deze methoden beschikbaar komen voor het grote publiek en voor gebruik door professionals zoals huisartsen en verloskundigen. Zo profiteren beide organisaties van elkaars expertise.
“Roken is in ons land vermijdbare doodsoorzaak nummer één. Ik ben altijd idealistisch geweest en wil me in mijn academische carrière graag inzetten voor de volksgezondheid. Daarom heb ik bewust voor STIVORO gekozen”, aldus Marc Willemsen. “En ik ben blij met de kans om via onderzoek verder na te gaan hoe rokers geholpen kunnen worden het roken achter zich te laten. Want, de meeste rokers zien hun roken als een probleem en zouden graag willen stoppen. De omstandigheden in Nederland om rokers hierin te ondersteunen kunnen worden verbeterd.”
.jpg)
“Het is positief dat mensen die roken, minder roken en minder vaak dagelijks roken”, zegt Lies van Gennip, directeur van STIVORO. “Want hoe meer je rookt, hoe meer gezondheidsschade er is. Toch is elke sigaret die je rookt schadelijk. Daarom vinden we het wel zorgelijk dat nadat in 2008 het aantal rokers voor het eerst in 4 jaar was gedaald van 28% naar 27%, we nu weer terug zijn op 28%.
De dalende trend in het aantal dagelijkse rokers zet zich door: 21,5% in 2009 versus 22,2% in 2008. Het lijkt er dus op dat er meer rokers komen die af en toe roken en minder rokers die elke dag roken. Dit wordt weerspiegeld in de afname van het gemiddelde aantal per dag gerookte sigaretten/shagjes: in 2008 gemiddeld 14,9 sigaretten per dag naar 14,4 in 2009. TNS NIPO geeft bij de stijging van 27% rokers in 2008 naar 28% rokers in 2009 aan dat dit geen statistisch significante stijging is.
Hoge kosten roken vaker reden te stoppen
Verder blijkt uit het onderzoek dat de rokers die stopten in 2009 dit, naast gezondheidsoverwegingen, vaker deden vanuit de motivatie dat ze het roken te duur vinden. Dit kan te maken hebben met de financiële crisis en nog een gevolg zijn van de prijsverhoging die in het najaar van 2008 voelbaar werd.
Aanhoudend stevig tabaksontmoedigingsbeleid nodig
In 2009 is het ingezette rookbeleid afgezwakt door de problemen in de rookvrije horeca. Ook was het qua campagnes vrij stil. Uit internationaal onderzoek blijkt dat een aanhoudend en stevig tabaksontmoedigingsbeleid nodig is, zodat rokers worden gestimuleerd en gesteund om te stoppen. Als een dergelijk beleid afzwakt, kan het aantal rokers gemakkelijk weer toenemen.
Den Haag, 23 februari 2010 -- De Hoge Raad heeft vandaag de vonnissen van de gerechtshoven inzake de rookvrije horeca vernietigd. STIVORO directeur Lies van Gennip in een reactie op deze uitspraak: "De uitspraak weerspiegelt de keuze die destijds door de Tweede Kamer en ook de Koninklijke Horeca Nederland is gemaakt om de hele horeca rookvrij te maken. Dit is ook steeds het advies van STIVORO geweest omdat dit vanuit het oogpunt van de handhaafbaarheid en de volksgezondheid de beste keus is', zegt Lies van Gennip. 'Nu is de weg vrij om de invoering van een totaal rookvrije horeca af te ronden. Dat is goed nieuws voor de volksgezondheid.'
'Wij zijn blij dat nu eindelijk juridische duidelijkheid is gekomen. Wij verwachten dat de minister nu de duidelijke boodschap gaat afgeven dat alle horeca-ondernemers zich aan het rookverbod moeten houden. De Voedsel en Waren Autoriteit kan per direct de handhaving bij de eenmanszaken weer op gaan pakken', aldus Lies van Gennip.
Hiermee komt een eind aan een periode van grote onduidelijkheid waarin steeds meer horeca-ondernemers de druk voelden om de asbakken weer op tafel te zetten omdat steeds meer van hun collega's dit ook deden. Het ministerie kan met de uitspraak van de Hoge Raad in de hand een einde maken aan deze concurrentievervalsing.
Het café Victoria te Breda en het café De Kachel te Groningen zijn in 2009 strafrechtelijk vervolgd wegens overtreding van het rookverbod. Voor beide cafés volgde in hoger beroep door de gerechtshoven vrijspraak omdat de Tabakswet onvoldoende basis zou bieden voor een rookverbod in eenmanszaken. Het Openbaar Ministerie heeft tegen de uitspraken van de gerechtshoven beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het advies van de Advocaat-generaal (AG) aan de Hoge Raad op 5 januari 2010, wees al in de richting van deze uitspraak. Dit betekent dat de huidige wetgeving niet gerepareerd hoeft te worden.
.jpg)
.jpg)
Op woensdag 17 februari 2010 te Amsterdam ontvangt Pieter Amir de Smoke Free Award uit handen van Lies van Gennip, directeur van STIVORO.
Zij zal hem dan ook verrassen met het nieuws dat hij ook de Europese Smoke Free Award gewonnen heeft. Deze wordt op 1 maart in Barcelona uitgereikt.
Over de Smoke Free Award
Het ENQ is het Europese Netwerk van Quitlines - een netwerk waarin diverse Europese organisaties die telefonische hulp bij stoppen met roken aanbieden, zijn verenigd. Vanuit Nederland is STIVORO aangesloten bij dit netwerk. Het ENQ wordt geleid door de organisatie QUIT in Engeland. Jaarlijks organiseert het netwerk een Europese wedstrijd om per land de beste stopper, de beste behandelaar en de beste beleidsmaker te kiezen. Die worden landelijk gekozen. De prijs bestaat uit een oorkonde, een attentie en vermelding op de sites van STIVORO en ENQ.
De nationale winnaars dingen mee naar de Europese Smoke Free Award die dit jaar op 1 maart in Barcelona wordt uitgereikt.
