
Den Haag, 12 december 2011 – De campagne ‘Meer lol met self control’ over weerbaarheid en drinken, roken, blowen van STIVORO en het Trimbos-instituut heeft meer dan de helft van alle jongeren van 14 tot en met 18 jaar in Nederland bereikt. Dat zijn maar liefst 500.000 jongeren. Uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt verder dat de jongeren deze campagne een ruime voldoende (rapportcijfer 7) geven. Jongeren zijn meer gaan nadenken en meer gaan praten met vrienden over het gebruik van alcohol, tabak en cannabis en de rol van groepsdruk hierop. De campagne heeft geholpen het onderwerp op de agenda van jongeren te zetten.
Verhoogde kans op verslaving en gezondheidsschade
Middelengebruik is voor veel Nederlandse jongeren een normaal onderdeel van hun leefwereld. Door (overmatig) gebruik van deze middelen lopen jongeren een verhoogde kans op verslaving, gezondheidsschade, het ontwikkelen van leerachterstand en probleemgedrag. Middelengebruik hangt sterk samen met leeftijd. Op 12-jarige leeftijd wordt er nog nauwelijks gedronken, gerookt of geblowd, maar op 16-jarige leeftijd heeft 78%* de afgelopen vier weken gedronken (59%* is een binge drinker = en heeft dus meer dan vijf glazen gedronken in twee uur tijd), heeft 37%** afgelopen vier weken gerookt en 14%* afgelopen vier weken geblowd. Vaak worden jongeren door hun vrienden onder druk gezet om te gebruiken en vinden ze het lastig om vervolgens nee te zeggen tegen een biertje, sigaret of joint.
* Peilstationsonderzoek 2008 – Trimbos-instituut
Internationale en nationale gezondheidsinstituten en -wetenschappers, waaronder John Britton en Geoff Fong, halen vernietigend uit naar Nederlands rookbeleid in gezaghebbend medisch tijdschrift The Lancet
…en lichten dit zelf vanuit Londen en Ontario ‘live online’ toe tijdens pittige perslunch!
Woensdag 14 december
12.30 – 13.30 uur (inloop vanaf 12:00 uur)
Dudok
Hofweg 1a
Den Haag
‘It would be a matter of no little shame to a country that prides itself on a compassionate and inclusive ethos if its government were to abandon smokers to their fate’. Deze zin uit het vlammende betoog in een van ‘s werelds meest gezaghebbende medische tijdschriften, ‘The Lancet’, zegt eigenlijk alles. De door internationale en nationale gezondheidswetenschappers en – instituten ingezonden en ondertekende brief, die komende week wordt gepubliceerd, is verwoestend over het Nederlandse rookbeleid dat de aanpak van rookverslaving tot een minimum beperkt en daarmee rokers die willen stoppen aan hun lot over laat. Zo wordt er bijvoorbeeld geen geld meer uitgegeven aan anti-rookcampagnes – hoe succesvol deze ook zijn – en worden stoppen met rokenprogramma’s na een jaar alweer uit de basisverzekering gehaald. Bovendien wordt de VWS subsidie aan STIVORO – onafhankelijk expertisecentrum voor stoppen met roken vanaf 2013 volledig gestopt. Een meer dan kwalijke zaak, zo vinden de wetenschappers.
Om de inhoud van de brief nader toe te lichten en Tweede Kamerleden te overtuigen van het ongelijk van het kabinetsbeleid, zijn twee van de ondertekenaars (professor John Britton en professor Geoffrey Fong) woensdag 14 december via een webcast ‘live’ aanwezig tijdens een stevige perslunch. Professor John Britton is Directeur van het UK Centre of Tobacco control Studies (een netwerk van 9 universiteiten in Groot-Brittannië). Professor Geoffrey Fong is projectleider van het International Tobacco control Policy Evaluation Project dat wereldwijd de impact van tabaksontmoediging analyseert. Fong is tevens professor aan de University of Waterloo, Canada. Dr. Niels Chavannes, Associate Professor Public Health and Primary Care LUMC, bestuurslid van het Partnership Stop met Roken, overhandigt de brief aan de aanwezige Kamerleden.
Wij nodigen u van harte uit hierbij aanwezig te zijn. Het is mogelijk de aanwezige internationale wetenschappers Britton en Fong (via webcast), evenals Niels Chavannes en andere aanwezige leden van het Partnership, 1 op 1 te interviewen.
De brief is ondertekend door internationaal vermaarde epidemiologen, public health experts en deskundigen op het gebied van tabaksontmoediging . Hij is ook ondertekend door de directeuren van KWF Kankerbestrijding, het Astma Fonds en de Nederlandse Hartstichting, door respectievelijk Michel Rudolphie, Michael Rutgers en Hans Stam. De laatste tekende ook namens het European Heart Network.
Aanmelden
Aanmelden kan via Judith Kluin, j.kluin@bijlpr.nl of Esther Schuhmacher e.schuhmacher@bijlpr.nl. Ook voor meer informatie kunt u bij hen terecht. Tel. (010) 284 29 29
Gezond en veilig
Ook de veiligheid op straat is een thema. Rond de jaarwisseling gaan jongeren vaker de straat op. Onder invloed van alcohol lopen jongeren meer kans om in onveilige situaties te belanden. Want, als je drank gebruikt toon je eerder agressief gedrag. En als je gedronken hebt kun je eerder slachtoffer worden van geweld. Bij het afsteken van vuurwerk komen veel ongelukken voor doordat jongeren meer risico nemen. Ongelukken in het verkeer, vernieling en brandstichting rond de jaarwisseling gebeuren meestal onder invloed van alcohol.Regionale activiteiten
De GGD en instellingen voor verslavingszorg organiseren de komende tijd ouderbijeenkomsten op scholen, verzorgen homeparty's voor ouders en geven advies op maat. Zij bieden ook de nodige hulp en informatie via folders en flyers. In een aantal gemeenten is intensief overleg met ouders over voorlichting in hokken en keten. Of werken ze mee aan de totstandkoming van een boekje geschreven door kinderen over alcoholgebruik vroeger en nu. Ook wordt de kennis van ouders getest via zogenaamde 'flessenpost' en kunnen ze mee doen aan interactief theater over opvoeding en middelengebruik.De campagnesite www.hoepakjijdataan.nl biedt ouders concrete tips en informatie over hoe zij het gesprek aan kunnen gaan met hun kind en gratis een online cursus kunnen doen. Er staan nu specifieke tips op de site over de feestdagen. Voorkom discussies tijdens het kerstdiner of de Nieuwjaarstoast en ga het gesprek nu aan!
Onnodige mensenlevens
Doordat dit kabinet campagnes stopt en stoppen met roken programma’s uit de basisverzekering haalt zullen 600 extra Nederlanders onnodig overlijden aan de gevolgen van roken. Bovendien laat dit kabinet kansen liggen voor effectief beleid om tabaksdoden te voorkómen. Al zou de minister alleen kosteloze effectieve maatregelen invoeren, zoals accijnsverhoging, plaatjes op de pakjes en een verbod op sigarettenautomaten, dan kunnen tot en met 2020 bijna 3.500 mensenlevens worden gered. Bij het voeren van actief beleid conform internationale verdragen, zijn in diezelfde periode bijna 5.000 mensenlevens te redden. Ter vergelijking, voor het terugdringen van een paar verkeersdoden per jaar, investeert het kabinet al jarenlang in de effectieve BOB-campagne. “Het terugdringen van de gevolgen van roken, de grootste vermijdbare veroorzaker van ziekte en vroegtijdige sterfte,heeft kennelijk geen prioriteit. In tegendeel, door de genomen besluiten zullen meer rokers onnodig komen te overlijden”, aldus Lies van Gennip, directeur van STIVORO, het expertisecentrum tabakspreventie en –verslaving. Ze vervolgt: “Het huidige kabinetsbeleid is alleen maar gunstig voor de tabaksindustrie, maar zet de komende jaren wel 600 mensenlevens op het spel. Het lijkt alsof deze levens minder waard zijn dan andere belangen (…)”, aldus Lies van Gennip.
Berekende scenario’s
Het SimSmoke simulatiemodel bevat zeven maatregelen: accijnsverhoging, rookverboden, campagnes, marketingverboden, gezondheidswaarschuwingen op pakjes, verkoopverboden gericht op jongeren en stoppen-met-rokenondersteuning. Deze effectief bewezen maatregelen zijn opgenomen in het Kaderverdrag tabak van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Nederland heeft dit verdrag in 2005 ondertekend.
Voor de doorberekening van het kabinetsbeleid is uitgegaan van vier scenario’s waarbij gekeken is naar het percentage rokers en het aantal tabaksdoden tot en met 2020.
Het SimSmoke simulatiemodel is in 1998 ontwikkeld door de Universiteit van Baltimore om de effecten van tabaksbeleid in de Verenigde Staten te modelleren. Sindsdien zijn er voor 35 landen landspecifieke modellen ontwikkeld, waarmee betrouwbare voorspellingen kunnen worden gedaan. Op basis van geboorte en sterfte in een land, hoeveel mensen beginnen of stoppen met roken en het tabaksbeleid kan het percentage rokers worden gemodelleerd. Het aantal tabaksdoden wordt vervolgens berekend op basis van het percentage rokers en de kans op vroegtijdig overlijden door roken. In Nederland wordt dit model sinds 2011 gebruikt door onderzoekers van STIVORO en de Universiteit Maastricht.
Download hier het rapport behorende bij dit bericht.
Om te
beginnen moet je als ouder weten of je kind weleens heeft gedronken of gerookt.
Veel ouders met kinderen in het voortgezet onderwijs (12 – 16 jaar) weten dat
echter niet. Uit onderzoek blijkt dat hier nog een wereld te winnen is. Zo
denken ouders dat hun kind ‘slechts’ 1 glas alcohol in het weekend drinkt,
terwijl de kinderen zelf aangeven dat ze 5 glazen achterover slaan. Bij de
vraag of ze ooit gerookt hebben, antwoordt 29% van de kinderen ja, terwijl
slechts 12% van de ouders denkt dat hun kind ooit gerookt heeft. Het blowgedrag
neemt toe vanaf 14 jaar. Van de 14-16-jarige kinderen die wel eens geblowd
hebben, is slechts 1 op de 6 ouders hiervan op de hoogte.
Regels stellen, praten en weerbaar maken
“Als ouder heb
je absoluut invloed op het drink- en rookgedrag van je kind. Praat met je kind
over middelengebruik voordat het hiermee experimenteert. Want voor kinderen is
het gebruik van genotmiddelen extra schadelijk, omdat ze nog volop in de groei
zijn en de ontwikkeling van de hersenen verstoord kan raken. Stel duidelijke
regels, pas deze toe en help je kind om nee te zeggen”, zegt René van der Most,
hoofd programma Opvoeding en Educatie bij het Trimbos Instituut. “Met de vaak
spannende overstap naar het voortgezet onderwijs nemen de verleidingen toe. Het
is zaak om tijdig duidelijk te zijn over wat wel en wat niet mag. Zo weten kinderen
waar ze aan toe zijn en maken ouders hun kind weerbaar, waardoor ze sterker in
hun schoenen staan”, zegt Lies van Gennip, directeur van STIVORO.
Regionale voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders
Op www.hoepakjijdataan.nl vinden ouders informatie en concrete tips, waaronder een videofilmpje over ‘groepsdruk’ in het voortgezet onderwijs. Op de site staan ook filmpjes waarin ouders vertellen hoe zij de gesprekken met hun kinderen hebben aangepakt. Van der Most: “Met deze filmpjes willen we de uitwisseling tussen ouders stimuleren. Want ouders kunnen elkaar helpen en inspireren’’.
Ook de GGD en instellingen voor verslavingszorg spelen een belangrijke rol in de campagne. Zij houden de komende tijd ouderbijeenkomsten op scholen, verzorgen homeparty's voor ouders en bieden ook de nodige hulp en informatie via onder andere folders en flyers.
Bron cijfers: HBSC 2009 (alcohol en cannabis), Roken Jeugd Monitor 2011 ( roken).
Vergoeding stoppen met roken
Sinds januari dit jaar kan een roker die met zijn tabaksverslaving wil breken, zijn behandeling via de zorgverzekeraar vergoed krijgen. Het stoppen-met-rokenprogramma biedt de mogelijkheid om de effectief bewezen gedragsmatige ondersteuning bij stoppen met roken door een professional aan te vullen met farmacologische middelen zoals pleisters en pillen. De vraag naar de behandeling van tabaksverslaving heeft sindsdien een vlucht genomen. Er is bijvoorbeeld veel belangstelling voor de groepscursus Pakje Kans die door verschillende organisaties in het land wordt aangeboden. Ook de vraag naar Telefonische Coaching van STIVORO blijft hoog.
Levensreddend
‘Uit diverse onderzoeken wisten we al dat de vergoeding van stoppen met roken een effectieve maatregel is om het aantal rokers en de schade door tabak terug te dringen. Zo’n groot effect overtreft alle verwachting”,aldus Van Gennip. Jaarlijks sterven in Nederland bijna 20.000 mensen aan de gevolgen van roken1. Nederland staat in de top 5 van landen waar de meeste vrouwen overlijden aan de gevolgen van longkanker. Goede stoppen met roken ondersteuning kan de komende 30 jaar ruim 37.000 levens redden.2 Van Gennip vervolgt: ‘Het is des te opmerkelijker dat de overheid heeft besloten deze maatregel per 2012 weer terug te draaien’. De stoppen-met-rokenprogramma’s worden straks niet meer vergoed. Effectief bewezen gedragsmatige ondersteuning blijft nog wel in het basispakket.
Achtergrond
Bijlage: overzicht percentage rokers afgelopen jaren per kwartaal
1. STIVORO jaarverslag 2009/2010
2. Levi et al, 2011 SimSmoke
Ongeveer de helft van alle rokers in Nederland rookt wel eens shag (46%). Onder laag opgeleide rokers is dit twee keer zoveel (63%) als onder de hoog opgeleide rokers (31%). Vooral bij jongere rokers (15 tot en met 24 jaar) namen deze verschillen toe tussen 2001 en 2010. Het percentage shagrokers onder laag opgeleide jonge rokers daalde in die periode met 15% naar 44% en bij hoog opgeleide jonge rokers met 22% naar 20%.
Shag heeft een hoger teerniveau dan sigaretten door het ontbreken van een filter. Recent onderzoek1,2 laat zien dat dit ervoor zorgt dat shag roken gevaarlijker is dan sigaretten roken. “Het is al lang bekend dat het roken van sigaretten schadelijk is voor de gezondheid, maar onlangs is gebleken dat shag roken zelfs nog vaker longkanker en dna-schade veroorzaakt dan sigaretten roken”, aldus Lies van Gennip, directeur van STIVORO, het expertisecentrum voor tabakspreventie. “Veel mensen roken shag omdat dit goedkoper is dan sigaretten, maar zij weten onvoldoende over de effecten op hun gezondheid. Zo draagt dit prijsverschil tussen shag en sigaretten direct bij aan gezondheidsverschillen tussen hoger en lager opgeleiden.”
Lager opgeleide rokers roken waarschijnlijk vaker shag omdat ze minder geld te besteden hebben en shag goedkoper is dan sigaretten. Een verhoging van de accijnzen op shag, zodat shag niet langer goedkoper is dan sigaretten zou dit mogelijk kunnen tegengaan. Wanneer de accijnsdruk van shag en sigaretten gelijk is, is het minder verleidelijk om over te stappen naar goedkopere tabaksproducten. Onderzoek heeft uitgewezen dat een accijnsverhoging de meest effectieve maatregel is in het terugdringen van roken. Dit geldt zeker voor roken onder laag opgeleiden.
Lees hier een aanvullende reactie van STIVORO nav deze themapublicatie op de Gezondheidsnota van het kabinet.
De themapublicatie is te downloaden via www.stivoro.nl/themapublicaties
TNS NIPO onderzoekt in opdracht van STIVORO al ruim 35 jaar het aantal rokers gedurende het hele jaar. Dat gebeurt door mensen te bevragen over hun rookgedrag. Vanaf 2004 is het percentage rokers blijven hangen rond de 28%. De cijfers over het eerste kwartaal van 2011 laten echter een geweldige en significante daling zien. De enige verandering die dit kwartaal is opgetreden en deze daling mogelijk kan verklaren is de opname van stoppen-met-rokenprogramma’s in het basispakket vanaf 1 januari. Die opname is begeleid door een grote voorlichtingscampagne rond de jaarwisseling die mede gefinancierd werd door KWF Kankerbestrijding. Het lijkt erop dat de vergoeding van de stoppen-met-rokenprogramma’s en de gevoerde campagne zeer effectief zijn in het helpen van rokers om van hun verslaving af te komen.
Meer vraag
Bovenstaand vermoeden wordt bevestigd door een toename van het gebruik van stoppen-met-rokenprogramma’s. Het gebruik van Telefonische Coaching door STIVORO is bijvoorbeeld meer dan vertienvoudigd in de eerste 5 maanden van dit jaar. STIVORO merkt dat vooral mensen met aan roken gerelateerde aandoeningen of chronische ziekten zoals COPD behandeld willen worden. Indien het stoppen-met-rokenprogramma niet meer vergoed wordt zullen chronisch zieke mensen met een kleine beurs uitgesloten worden van deze hulp. Dr Savitri Ritoe, hoofd behandelcentrum STIVORO: “Het zijn vooral mensen die al jaren roken en al vaak hebben geprobeerd om te stoppen, die dit jaar deze kans aangrijpen om van hun verslaving af te komen. De vraag was veel hoger dan we hadden verwacht en we hadden zelfs te maken met wachtlijsten. Gelukkig hebben we binnenkort geen lange wachttijd meer voor het programma. Het stopzetten van de vergoeding zal leiden tot minder stoppers en dus meer ziekte en sterfte.” Recent werd in Europees onderzoek berekend dat vergoeding van stoppen met roken in Nederland 37.000 mensenlevens kan besparen, over een periode van 30 jaar (Levi e.a., mei 2011).
Bijlage
TNS NIPO onderzoekt jaarlijks het aantal rokers gedurende het jaar. Dat gebeurt door gedurende het jaar mensen te bevragen over hun rookgedrag. Vanaf 2004 is het aantal percentage rokers blijven hangen rond de 28%. In onderstaande tabel en grafiek zijn de resultaten door de jaren opgenomen alsmede de aanzienlijke daling van het eerste kwartaal 2011.
U kunt de bijlage hier downloaden.
Na het uitbrengen van de gezondheidsnota ontving STIVORO een brief van VWS over de financiële gevolgen voor de instellingssubsidie en tabaksontmoediging. Daarin werd medegedeeld dat de subsidie voor STIVORO in 2012 met 5%, in 2013 met 25% en in 2014 met 50% zal worden gekort. De consequenties voor de projectsubsidies voor tabaksontmoediging werden daarin niet vermeld. In een toelichtend gesprek met het ministerie van VWS, bleek dat VWS alle subsidies voor tabaksontmoediging die nu voor STIVORO beschikbaar zijn per 2013 stop zal zetten. De subsidie voor evidence based projecten voor tabaksontmoediging brengt VWS per 2013 onder bij het Trimbos Instituut. Het is de bedoeling dat deze evidence based programma’s onderdeel worden van programma’s voor “middelengebruik” die nog nader gedefinieerd moeten worden.
91% minder voor tabaksontmoediging in 11 jaar
STIVORO ontvangt in 2011 2,7 miljoen euro aan VWS subsidie voor het invullen van het tabaksontmoedigingsbeleid. Dit is bestemd voor publieksvoorlichting, monitoring, projecten in de gezondheidszorg en het in stand houden van expertise op de peilers preventie van jeugdroken, voorkomen van meeroken en ondersteuning bij stoppen met roken.
Daarnaast stopt VWS vanaf 2012 de financiering van voorlichtingscampagnes. Op die campagnes was de afgelopen jaren al bezuinigd. STIVORO ontvangt hiervoor in 2011 nog 1,3 miljoen euro.
Totaal bezuinigt de overheid in 2014 ten opzichte van 2011 maar liefst 65% op tabaksontmoediging, nog los van de bezuiniging op de vergoeding van stoppen met roken programma’s. Als we de bezuinigingen ten opzichte van eerdere jaren beschouwen, is de korting nog dramatischer. In 2003 investeerde de overheid nog 14,7 miljoen euro voor tabaksontmoediging. Daar blijft in 2014 nog maar 9% van over.
STIVORO concludeert dat het "speerpunt roken" in de gezondheidsnota geen enkele betekenis heeft.
Disproportioneel
Natuurlijk realiseert STIVORO zich dat in deze tijd heel veel bezuinigd moet worden. Daaraan wil STIVORO ook een bijdrage leveren. STIVORO werkt al jaren samen met het Trimbos Instituut in bijvoorbeeld schoolprogramma’s en campagnes. Beide organisaties willen investeren om nog intensiever samen te werken. Maar wat er nu gebeurt, is disproportioneel en breekt niet alleen effectieve programma’s af, maar ook nog eens de kennisinfrastructuur waarbinnen die programma’s ontwikkeld worden. Deze bezuinigingen leiden juist tot extra kosten in de zorg, houden de kosten van de gezondheidszorg hoog doordat het chronische ziekten niet aanpakt en kosten het bedrijfsleven miljarden door verlies aan arbeidsproductiviteit. Pennywise and poundfoolish en vooral kapitaalvernietiging, van wat in 36 jaar tijd samen met gezondheidsfondsen is opgebouwd.
De toelichting op het persbericht is hier te downloaden.
Het SimSmoke rapport waaruit blijkt dat er 144.000 mensenlevens te redden zijn is hier te downloaden.
Den Haag, 7 juni 2011 – Met de zomervakantie en de daarbij behorende feesten en kermissen in aantocht, komen kinderen meer aan verleidingen bloot te staan om te gaan roken, drinken of blowen. 61% van de ouders zegt dat hun kind zeker geen alcohol mag drinken. Maar slechts 35% van de jongeren (12 tot 16 jaar) geeft aan dat ouders die regel ook echt toepassen. Juist ouders kunnen invloed uitoefenen op het voorkomen van roken, drinken en blowen door hun kinderen. Vandaar dat het Trimbos-instituut en STIVORO nu een gezamenlijke campagne lanceren: ‘Hoe help ik mijn kind nee zeggen tegen roken, drinken en blowen?’.
Cijfers laten zien dat veel kinderen tussen de 12 en 14 jaar beginnen met roken en drinken. Als ze vijftien zijn steekt 31% regelmatig een sigaret op, drinkt 60% regelmatig alcohol en blowt 10% van de jongeren. “Daar kun je als ouders iets aan doen. Praat met je kind over middelengebruik voordat het hiermee experimenteert.
Stel vervolgens duidelijke regels, pas deze toe en help je kind om nee te zeggen”, zegt René van der Most, hoofd programma Opvoeding en Educatie bij het Trimbos Instituut.
Verschil in beleving
Veel ouders beleven gesprekken over roken, drinken, blowen anders dan de kinderen zelf. 61% van de ouders zegt dus dat hun kind zeker geen alcohol mag drinken, maar slechts 35% van de jongeren (12 tot 16 jaar) geeft aan dat ouders die regel ook echt toepassen. Ook als het gaat om roken is er een ‘gat’. Zo vindt 77% van de ouders het niet goed dat hun kind rookt, maar 65% van de kinderen (14-jarigen) geeft aan dat hun ouders die regel ook echt hanteren. “Zeker met de ‘verleidelijke’ zomervakantie voor de deur, is het zaak om tijdig en openhartig te praten en regels te stellen. Dan weten kinderen waar ze aan toe zijn”, zegt Lies van Gennip, directeur van STIVORO.
Campagne richt zich op ‘kwetsbare momenten’
Juist de zomervakantie is uitgekozen als startmoment voor de campagne, omdat dit een zogenoemd kwetsbaar of risicomoment is: de kans is op zulke momenten groter dat kinderen beginnen met roken, drinken en blowen. Niet voor niets richt de campagne zich op nog meer ‘kwetsbare momenten’, zoals de overgang naar de middelbare school, en de feestdagen.
De campagnesite www.hoepakjijdataan.nl biedt concrete tips en informatie over roken, drinken, blowen en opvoeding. Ook kunnen ouders ervaringsverhalen van andere ouders lezen en een filmpje bekijken waarin een gesprek is te zien tussen ouder en kind over het weerstaan van verleidingen.
Bronnen
HBSC 2009, (alcohol en cannabis)
Roken Jeugd Monitor 2010, TNS NIPO ( roken)
Lies van Gennip, directeur van het expertisecentrum voor tabaksverslaving STIVORO. Van Schayck ontving de award vanwege de jarenlange inzet van het Partnership voor de vergoeding van de behandeling van tabaksverslaving. Deze behandeling wordt sinds 2011 vergoed vanuit de zorgverzekering. Dit pleidooi sluit naadloos aan bij het advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie voor het beschikbaar en toegankelijk maken van de behandeling van tabaksverslaving. Dit is beschreven in het wereldwijde tabaksverdrag FCTC onder artikel 14. Het FCTC was het wereldwijde thema van Wereld Niet Roken Dag, dat gisteren plaats vond.
Mensenlevens
Het Partnership is blij dat de vorige minister van Volksgezondheid heeft besloten om de behandeling van tabaksverslaving te vergoeden via het basispakket. Stoppen met roken is een goede investering van middelen vanwege de lage kosten en de grote effecten voor de volksgezondheid. Een aanzienlijk deel van de kosten voor de gezondheidszorg zijn het gevolg van tabaksgebruik. Het is echter nooit te laat om te stoppen want stoppen met roken levert gezondheidswinst op elke leeftijd op. De vergoeding haalt een drempel voor rokers die willen stoppen weg en geeft ze de keuze om bij hun stoppoging ondersteuning te gebruiken. ‘Stoppen-met-rokenprogramma’s kunnen de komende dertig jaar bijna 38.000 levens redden dus de vergoeding ervan is een van de beste beslissingen die onlangs genomen is. Als minister Schippers besluit de vergoeding weer uit het pakket te halen, dan zet ze levens op het spel’, aldus van Schayck, die de Gerbera Award namens het Partnership trots in ontvangst nam en zich zal blijven inzetten voor de vergoeding.
Dubbele beloning
Het Partnership, waarin organisaties uit de zorg zijn verenigd, maakt zich al sinds 2001 sterk voor de vergoeding van tabaksverslaving en stond aan de basis van het eerste Nederlandse onderzoek naar de effecten van vergoeding. Dit zogenaamde ‘Friesland experiment’ is in 2002 uitgevoerd door onderzoeksinstituut CAPHRI van de Universiteit Maastricht in samenwerking met zorgverzekeraar de Friesland en GGD Fryslân. Van Schayck was daar destijds onderzoeksbegeleider van.
Lies van Gennip, directeur van STIVORO was verheugd om de award aan Van Schayck te kunnen overhandigen: ‘De jarenlange inzet van het Partnership is dit jaar beloond, en dat resultaat maakt het Partnership de winnaar van de Gerbera Award 2011.’
Bron 38.000 levens te redden door stoppen-met-rokenprogramma's: Levy, D. et al, SimSmoke Netherlands, 2011
Den Haag, 26 mei 2011 – Uit nieuwste cijfers van het onderzoek rookvrije scholen dat TNS NIPO in opdracht van STIVORO onlangs uitvoerde, blijkt dat 82% van de scholen in het Voortgezet Onderwijs aandacht besteedt aan roken in de les. Dat is een flinke afname ten opzichte van 2008 toen vrijwel alle scholen aandacht aan roken besteedden. Ook blijkt dat het aantal scholen dat de effectieve Actie Tegengif inzet om roken bij jongeren te voorkomen, dramatisch is teruggelopen. Deze cijfers laten zien dat een terugtredende landelijke overheid grote gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid.
Gemeenten nemen landelijke taken niet over
Al jaren is jeugdpreventie één van de belangrijke peilers van het landelijke tabaksontmoedigingsbeleid, naast beschermen tegen meeroken en ondersteuning aan mensen die willen stoppen. Volgens de Gezondheidsnota, die vandaag is uitgebracht, is dit voor de landelijke overheid geen prioriteit en wil de Minister dit beleid vooral gaan neerleggen bij gemeenten. De nieuwe cijfers laten zien dat regionale en lokale partijen landelijk beleid niet zomaar overnemen. Tot het schooljaar 2010-2011 werd Actie Tegengif , een effectieve methode om roken onder jeugd tegen te gaan, landelijk georganiseerd. Vanaf 2010-2011 is dat gestopt en werd ervan uitgegaan dat gemeenten die promotie voortaan zouden organiseren. De nieuwe cijfers laten zien dat drie op de vijf scholen die de actie uitvoerden, er dit schooljaar mee is gestopt. De voornaamste reden voor het stoppen was voor deze scholen dat het landelijk en lokaal niet werd aangeboden.
Kennis neemt af
Tegelijkertijd blijkt ook dat de kennis over de schade van meeroken onder jongeren in het Voortgezet onderwijs (VO) tussen 2008 en 2010 van 49% naar 35% is gedaald. Onder jongeren uit het Beroepsonderwijs (BO) is die kennis gelijk gebleven. Deze cijfers komen uit de jaarlijkse Roken Jeugd Monitor 2010 die TNS NIPO voor STIVORO uitvoert onder zo’n 4500 jongeren.
“Het is een zorgelijke ontwikkeling dat voorlichting over de gevaren van roken minder prioriteit krijgt op VO scholen”, aldus Lies van Gennip, directeur van STIVORO, het kenniscentrum tabakspreventie. “Zeker als je tegelijkertijd weet dat de kennis over de schade door roken en meeroken bij de VO jeugd achteruit gaat. Hoe jonger kinderen experimenteren met roken, hoe groter de kans dat ze verslaafd raken. Daarom is het belangrijk dat scholen blijven voorlichten over de schade van roken en meeroken.” Om kinderen weerbaar te maken tegen de verleidingen van tabak, is kennis over de schade en het verslavende karakter van het product erg belangrijk.
Rookvrije schoolpleinen
De Gezondheidsnota geeft weer dat in 2008 een derde van de schoolpleinen in het voortgezet onderwijs rookvrij was. De nieuwste cijfers over 2011 geven aan dat nu nog maar een op de vijf (21%) schoolpleinen in het Voortgezet onderwijs geheel rookvrij is. In januari heeft de Minister tijdens een debat in de Tweede Kamer toegezegd zich te zullen inzetten om met haar collega van OCW schoolpleinen rookvrij te maken. Uit de Gezondheidsnota blijkt dat de Minister ernaar streeft dat meer schoolpleinen rookvrij worden, doch dat een landelijk rookverbod op schoolpleinen in Nederland nog niet haalbaar is. In België is al in 2008 bij wet geregeld dat schoolpleinen rookvrij zijn, omdat het zien roken op scholen jongeren verleidt om zelf te gaan roken.
Bronnen:
Rookvrije scholen 2011, TNS NIPO in opdracht van STIVORO
Roken Jeugd Monitor 2010, TNS NIPO in opdracht van STIVORO
Onderschatting risico’s roken
Uit het internationale Tobacco Control Evaluation Project bleek eerder dit jaar al dat de kennis over de schade door (mee)roken bij Nederlandse rokers het laagste was onder de 20 landen in dit internationale onderzoek. Zelfs in China zijn rokers zich meer bewust van de schade door roken. 2 STIVORO heeft Market Response daarom gevraagd te onderzoeken hoe Nederlanders de risico’s door roken inschatten ten opzichte van andere oorzaken zoals verkeersongevallen en infectieziekten.
Het blijkt dat de sterfte door roken flink wordt onderschat. Meer dan de helft van de volwassen Nederlanders (54%) onderschat de kans op overlijden door roken ten opzichte van de kans op overlijden door een verkeersongeval. 45% van de mensen denkt ten onterechte dat er minder mensen door meeroken sterven dan door ongelukken in het verkeer. Jaarlijks sterven er bijna 20.000 mensen aan de gevolgen van roken, en minstens tweeduizend aan de gevolgen van meeroken. Door verkeersongevallen overleden het afgelopen jaar 640 mensen.
Ook vergeleken met infectieziekten, wordt de sterfte door roken flink onderschat. Het aantal mensen dat sterft aan infectieziekten is ongeveer 10 keer kleiner dan het aantal sterfgevallen door roken. Dat wordt door 34% van de volwassen Nederlanders onderschat.
Kennis over risico’s voorwaarde om een bewuste keuze te maken
Deze overheid benadrukt dat leefstijl en dus ook roken een eigen verantwoordelijkheid is3 'Voorwaarde is dan wel dat mensen de feitelijke risico’s van roken kennen. Dit onderzoek toont aan dat Nederlandse rokers zich onvoldoende bewust zijn van de schade die zij zichzelf en anderen aandoen’, aldus Lies van Gennip, directeur van het expertisecentrum voor tabakspreventie STIVORO. Door deze kennisachterstand is de drempel voor kinderen om te beginnen lager, zullen volwassen rokers minder snel stoppen en hun omgeving meer belasten met meeroken. Het aantal rokers daalt sinds 2004 niet meer. Een ernstige situatie, aangezien tabaksgebruik in Nederland de belangrijkste vermijdbare oorzaak is van chronische ziekte en sterfte. Roken leidt tot enorme zorgkosten voor de behandeling van long- en andere kankers, hart en vaatziekten, COPD, ernstige complicaties bij chronische ziektes zoals Diabetes etc. Naast zorgkosten is de schade voor het bedrijfsleven torenhoog, door hoger verzuim, vervroegde uittreding en minder productiviteit van rokers, en uiteraard ook de rookpauzes zijn een doorn in het oog.
Meer actieve voorlichting over schade door roken is nodig
In vergelijking met de voorlichting op het gebied van verkeersveiligheid (bv de BOB campagne) en rond infectieziekten (bv de diverse vaccinatieprogramma’s), besteedt de overheid de laatste jaren minder aandacht aan voorlichting over schade door tabak.4 De aanname dat Nederlanders wel weten hoe schadelijk tabak is blijkt nu onjuist. Uit ander recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de tekstwaarschuwingen op tabaksverpakkingen – die er al vanaf 2001 op staan – weinig meer bijdragen aan het bewustzijn van rokers over de schadelijkheid.5 Veel landen gaan daarom over op plaatjes op pakjes: een goedkope en effectieve manier om mensen bewuster maken van de risico’s van roken en meeroken. Ook kunnen we leren van de effectieve aanpak van verkeersveiligheid in Nederland. Het aantal verkeersdoden in Nederland daalt nog steeds en Nederland behoort tot de meest verkeersveilige landen in Europa. Dat is bereikt door een slimme combinatie van massamediale campagnes (zoals de BOB campagne), samenwerking met horeca en autobranche, regelgeving (bijvoorbeeld door gordels verplicht te stellen) en handhaving (zoals verkeerscontroles op alcohol).
De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) adviseert een combinatie van voorlichting en regelgeving6 die werkt om te voorkomen dat kinderen gaan roken, mensen beschermt tegen meeroken en mensen helpt stoppen. Van Gennip, ‘Uit nog niet gepubliceerd internationaal onderzoek7 blijkt dat met die integrale effectieve aanpak, de komende tien jaar in Nederland 13.000 levens te redden zijn. Als we in Nederland in staat zijn om ons in te zetten om 670 verkeersdoden te voorkomen, dan moet die inzet toch ook mogelijk zijn om 13.000 tabaksdoden te voorkomen.’
Referenties
1 CBS Doodsoorzaakstatistiek en WHO report Passive Smoking Killing Thousands, 2010
2 British Medical Journal, 9 april 2011: T. Sheldon: Dutch smokers are ignorant of harms of passive smoking.
3 Brief “Zorg die werkt”, 26 januari 2011. http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/01/26/zorg-die-werkt-de-beleidsdoelstellingen-van-de-minister-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport.html
4 RIVM, Volksgezondheid Toekomst Verkenning: investeringen in gezondheidsbevordering rond roken. 2003 16,1 miljoen euro, 2007 7,6 miljoen euro en 2010 Tobacco Control Scale, de Europese ladder voor tabaksontmoediging http://www.ensp.org/sites/default/files/TCS_2010_in_Europe_FINAL.pdf
5 ITC national report, June 2010. /Upload/themapublicaties/Netherlands%20National%20Report-Single%20Web.pdf
6 Wat werkt om roken en meeroken terug te brengen, staat beschreven in het Framework Convention Tobacco Control (FCTC) van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO), dat 172 landen (waaronder Nederland) hebben geratificeerd. Zie http://www.who.int/fctc/
7 PPACTE ConsortiumPricing Polices and Control Tobacco in Europe (PPACTE) nog niet gepubliceerde data http://www.ppacte.eu/index.php?option=com_content&view=article&id=55&Itemid=30
Den Haag – Amsterdam, 14 april 2011 –Vandaag zijn STIVORO en de Netherlands School of Public and Occupational Health (NSPOH) een samenwerkingsverband aangegaan. Door de grotere vraag naar opleidingen en trainingen verzorgt de NSPOH vanaf nu het reguliere aanbod van STIVORO, zoals de STIMEDIC trainingen en de Training voor Trainers voor de Groepstraining Pakje Kans. Daarmee kunnen deelnemers al voor de zomer starten. Meer informatie is te vinden op www.nspoh.nl/stoppenmetroken.
Lies van Gennip, directeur van STIVORO is blij over deze samenwerking: “STIVORO kan zich blijven focussen op de kwaliteit en ontwikkeling van de trainingen. De NSPOH gaat het aanbod en de continuïteit verzorgen. Een ideale combinatie waarbij we gebruik maken van de krachten van beide partijen”.
De NSPOH maakt voor de trainingen gebruik van de (senior) trainers die al jaren voor STIVORO de trainingen verzorgen. ‘Met het onderbrengen van deze opleidingen in ons programma kunnen we ons aanbod aan professionals in de zorg met een mooi en effectief product uitbreiden. We zijn dan ook erg trots op deze samenwerking’, aldus Petrien Uniken Venema van de NSPOH.
STIVORO zal de V-MIS voor verloskundigen en trainingen in het kader van het programma ‘Rookvrij Opgroeien’ nog zelf verzorgen. In-company trainingen zullen zowel door STIVORO als door de NSPOH worden georganiseerd.
Stijgende vraag
De vraag naar begeleiding bij stoppen met roken neemt toe. Niet alleen vanwege de vergoeding van stoppen-met-rokenprogramma’s door de Zorgverzekeringswet, maar ook doordat binnenkort het kwaliteitsregister van het Partnership Stop met Roken wordt opengesteld voor zorgverleners die bekwaam zijn in het geven van deze begeleiding. De gehanteerde norm in het kwaliteitsregister is gebaseerd op de Zorgmodule Stoppen met roken. De opleidingen voor de begeleiding bij stoppen met roken die de afgelopen jaren door STIVORO zijn ontwikkeld vallen hier ook onder.
Op de foto: Lies van Gennip (r), directeur van STIVORO en Petrien Uniken Venema, directeur van de NSPOH, ondertekenen op donderdag 14 april 2011 de samenwerkingsovereenkomst.
Niet alleen het aantal bezoekers van de campagnesite is enorm, maar ook de hoeveelheid aanmeldingen voor begeleiding bij stoppen met roken. “In de periode 14 december 2010 tot 15 februari 2011 hebben maar liefst 2.012 rokers zich aangemeld voor Telefonische Coaching van STIVORO. Ze worden hierbij aan de hand van een aantal telefonische gesprekken professioneel begeleid bij het stoppen met roken. Twee jaar geleden waren dat er in een vergelijkbare periode ‘slechts’ 155. Deze flinke toename zal ongetwijfeld ook bij andere aanbieders van stoppen-met-roken-ondersteuning het geval zijn. We kunnen daarom niet anders concluderen dan dat het wegnemen van de financiële drempel voldoet aan een maatschappelijke behoefte. De verwachting is dat het succes volgend jaar al vast te stellen is in het aantal rokers”, aldus Lies van Gennip, directeur van STIVORO, het expertisecentrum voor tabakspreventie.
Website zorgverzekeraar raadplegen
Veel zorgverzekeraars hebben inmiddels duidelijk in kaart gebracht welke hulp ze precies vergoeden. De vergoeding via de basisverzekering geldt alleen voor stoppen-met-rokenprogramma’s die bestaan uit gedragsmatige ondersteuning (bijvoorbeeld groepstraining) of een combinatie van gedragsmatige ondersteuning met farmacologische ondersteuning (bijvoorbeeld nicotinevervangers). Van Gennip: “Afhankelijk van de zorgverzekeraar wordt bepaalde hulp wel of niet vergoed en worden aanvullende voorwaarden gesteld. Sommige verzekeraars schelden het eigen risico kwijt, of willen een verwijzing van een (huis)arts naar het programma. Het is daarom verstandig dat mensen daarvoor de website van hun eigen zorgverzekeraar raadplegen of er eventueel contact mee opnemen”. Zorgweb onderzoekt op dit moment welk stoppen-met-rokenaanbod door verzekeraars wordt aangeboden. Deze informatie zal in april beschikbaar worden gemaakt via de site van STIVORO.
Om rokers te wijzen op de juiste stopmethoden, maar vooral om te laten zien dat die methoden vergoed worden, heeft STIVORO samen met KWF Kankerbestrijding van 15 december 2010 tot en met 31 januari 2011 de campagne ‘Echt stoppen met roken kan met de juiste hulp en die wordt in 2011 vergoed!’ gevoerd. Zie voor campagnesite:www.stopautomaat.nl
Carnaval is naast de feestdagen en de zomervakantie één van de meest gebruikelijke momenten waarop kinderen hun eerste glas alcohol drinken en hun eerste sigaret roken. Dat is logisch, want alcohol en carnaval zijn sterk met elkaar verbonden, de sociale controle is laag en de sfeer is losjes. En bij minder toezicht van ouders komt ook al snel dat eerste trekje aan een sigaret.
Regionale campagne
Samen met de regionale GGD-en en de instellingen voor verslavingszorg starten het Trimbos-instituut en STIVORO deze week een regionale campagne. In de meeste carnavalsgemeenten rijden bussen en treinen rond met een digitale lichtkrant, er zijn billboards en posters en ook de regionale televisieomroepen zenden spots uit met een oproep aan ouders om met carnaval te voorkomen dat hun kinderen gaan drinken en roken.
Schadelijkheid van alcohol en tabak voor kinderen
'Het moment waarop een kind het eerste glas drinkt is vaak de start van een patroon van vaker en steeds meer drinken', volgens Rob Bovens van het Trimbos-instituut. Gemiddeld is een kind na dat eerste glas binnen anderhalf jaar voor het eerst dronken. En niet meer drinken of matigen wordt dan steeds moeilijker. Dat geldt ook voor roken. Het begint met af en toe een trekje of een sigaret. Op 15 jarige leeftijd heeft 31% de afgelopen maand gerookt en heeft 60% de afgelopen maand alcohol gedronken. Hoe langer het eerste gebruik uitgesteld wordt hoe minder kans dat iemand verslaafd raakt aan alcohol of begint met roken. ‘Nicotine op jonge leeftijd leidt tot onherstelbare hersenschade, juist omdat hersenen nog in ontwikkeling en dus extra kwetsbaar zijn. Het is dan ook belangrijk dat die eerste sigaret zo lang mogelijk uitgesteld wordt’, aldus Lies van Gennip van STIVORO.
De invloed van ouders
Steeds meer ouders hebben vertrouwen in hun eigen maatregelen om te voorkomen dat hun kind begint met drinken onder de 16 of gaat roken, zo blijkt uit het HBSC onderzoek 2009 onder Nederlandse scholieren en hun ouders. Ouders kunnen hun kind helpen weerbaar te zijn tegen druk vanuit de omgeving, door voorafgaand aan het carnaval met hun kind te praten en duidelijke afspraken te maken over niet roken en niet drinken.
Overall percentage rokers stagneert wederom
Uit het onderzoek van TNS NIPO blijkt verder dat het percentage rokers in Nederland sinds 2004 blijft steken rond de 28%. Het ene jaar is het percentage rokers afgerond 27% en het andere jaar 28%. In 2010 was het percentage afgerond 27%. Tussen mannen en vrouwen zien we over de afgelopen jaren echter wel opmerkelijke verschillen. Zo daalt het percentage rokende vrouwen minder snel dan dat van mannen. Ook in lagere welstandsgroepen wordt door vrouwen relatief meer gerookt dan door vrouwen in hogere welstandsgroepen.
Marketing via nieuwe producten, verkooppunten en internet
De toename van het aantal rokende vrouwen lijkt een succes van de marketingactiviteiten van de tabaksindustrie gericht op vrouwen. De tabaksindustrie lanceert regelmatig nieuwe sigaretten op de markt met een elegante en glamoureuze uitstraling en voor vrouwen aantrekkelijke smaak. Zo was het nieuwe product Marlboro Flavour Plus in 2009 het meest succesvolle nieuwe product dat op de Nederlandse markt is geïntroduceerd. Reclame voor tabak is verboden, maar via het product, de verkooppunten en via internet, kan de tabaksindustrie effectief nieuwe klanten werven. Jonge vrouwen zijn daarin in Nederland kennelijk een aantrekkelijke groep.
Roken gerelateerde ziekten onder vrouwen hoog
In vergelijking met andere Europese landen sterven in Nederland veel vrouwen aan longkanker – wij staan op de 5e plaats. Ook is de sterfte aan hart- en vaatziekten onder vrouwen in Nederland hoog en zelfs hoger dan die van mannen. Misschien nog zorgwekkender is dat roken en meeroken een belangrijke oorzaak is voor de relatief hoge babysterfte in Nederland. Onlangs waarschuwde de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte de Minister van VWS dat één voor de zorgelijke ontwikkelingen voor het hoge sterftecijfer rondom de geboorte het rookgedrag van Nederlandse vrouwen tijdens de zwangerschap is.
Maatregelen noodzakelijk
Van Gennip: “Deze nieuwe cijfers maken duidelijk hoe belangrijk voorlichting over de schade door roken blijft. Helemaal aan zwangeren. Nederland loopt qua kennis over de schade van tabak achter.” Nederland kan zich aansluiten bij de Europese en mondiale trend om additieven aan tabak die de aantrekkelijkheid van sigaretten vergroten te verbieden, en regels te stellen aan verpakkingen, zodat die niet meer als reclamevehikel gebruikt kunnen worden. Zo zijn er afgelopen november door 172 landen onder regie van de Wereld GezondheidsOrganisatie WHO richtlijnen ontwikkeld voor productregulatie. Van Gennip: “Productregulatie beperkt de marketing van tabak, kost geen geld, en levert flinke gezondheidswinst op, voor iedereen, maar zeker voor moeders en kinderen”.
Achtergrond informatie:
Op dit moment rookt nog 28% van de Nederlandse bevolking. Jaarlijks overlijden meer dan 19.000 mensen eraan; 13% van onze totale ziektelast wordt erdoor veroorzaakt. Het roken kost de staat jaarlijks 2,4 miljard euro, door ziektekosten, verminderde productiviteit en arbeidsongeschiktheid. “Een schadepost van deze omvang kan geen enkele samenleving zich permitteren”, stelt Willemsen. Om dit te veranderen is een aantal maatregelen nodig.
Politiek probleem
Vergeleken met andere Europese landen heeft Nederland absoluut geen streng tabaksontmoedigingsbeleid. Het huidige kabinet lijkt weinig onder de indruk van de enorme maatschappelijke schade door tabak en neemt vooralsnog besluiten die de maatschappelijke schade eerder zullen doen toenemen dan afnemen. “Het lijkt wel of er in Nederland als het om tabaksontmoediging gaat altijd een tegenwind waait. Terwijl het probleem van het bestrijden van roken in de kern een politiek probleem is”, aldus Willemsen. Roken kan volgens internationaal onderzoek het beste bestreden worden via populatiegerichte interventies, gecombineerd met individugerichte interventies. Denk aan hoge accijns op tabak, rookverboden in openbare gebouwen, gezondheidswaarschuwingen op sigarettenpakjes en massamediale campagnes. Geen van deze en andere maatregelen is in optimale vorm in Nederland ingevoerd. Zo staan er nog geen foto’s op de pakjes naast de teksten en mog! en sigaretten nog steeds prominent in het zicht in winkels worden verkocht. Willemsen verwacht dat Europese regelgeving onder meer deze maatregel over enkele jaren oplegt. “Ik hoop dat de Nederlandse overheid weerstand durft te bieden aan de lobby van de tabaksindustrie die de totstandkoming van deze Europese regelgeving ongetwijfeld zal saboteren en vertragen.”
Overige maatregelen
Daarnaast pleit hij voor het volgen van andere Europese landen, waar het gaat om het oormerken van een deel van de tabaksinkomsten voor de voorlichting over roken. “De overheid verdient jaarlijks 1,8 miljard euro door accijnsinkomsten, zonder ook maar iets van dat geld rechtstreeks te benutten om het leed dat door tabaksverslaving wordt veroorzaakt, te verminderen of verzachten. Dit is een perverse situatie die op den duur onhoudbaar is.” Ook moet er meer ingezet worden op publieksvoorlichting. Het is volgens de hoogleraar een mythe dat de Nederlandse rokers over voldoende kennis beschikken over de schade die tabak kan aanrichten. Zo bleek uit eigen internationaal vergelijkend onderzoek hoe beperkt de kennis van de gemiddelde Nederlandse roker is. “Dit zijn ronduit schokkende cijfers. Van de 19 landen waar wij gegevens van hadden, waren de Nederlandse rokers het minst op de hoogte van het feit dat meeroken schadelijk is. Deze ! kennisachterstand is niet geheel onbegrijpelijk als je kijkt naar het aantal campagnes in Nederland dat ging over roken en gezondheid. Die moet je met een vergrootglas zoeken” Volgens hem ligt er in Nederland een taboe op campagnes die tonen wat roken met het lichaam doet. Verder zou er rond de totstandkoming van tabaksbeleid niet meer gecommuniceerd moeten worden door de overheid met de tabaksindustrie, een ander taboe dat doorbroken moet worden.
Onderzoek
Op onderzoeksgebied gaat Willemsen zich toeleggen op drie lijnen: psychologisch onderzoek naar de effectiviteit van populatiemaatregelen op rokers, meer sociologisch getint onderzoek naar die effectiviteit (waaronder het monitoren van trends in het roken in Nederland) en tenslotte de vraag ‘hoe kan het gebruik van individugerichte interventies worden vergroot, zodat deze interventies binnen een geïntegreerde aanpak van tabaksontmoediging bijdragen aan populatie-impact?’
Lees hier de oratie van Professor Willemsen.
