
Roken is heel verslavend. Dat komt door de nicotine in tabak. Als je rookt, adem je de nicotine in. Dan gaat de nicotine naar je hersenen. Dat gaat heel snel. Als je een trekje neemt, is de nicotine in 10 seconden bij je hersenen. In je hersenen zorgt de nicotine voor een speciaal effect.
Nicotine lijkt heel veel op een stof die je lichaam zelf ook maakt. Dat stofje zorgt ervoor dat je je lekker voelt. Als je begint met roken, wint de nicotine het van die stof in je lichaam. Nicotine neemt het werk over van dat stofje. Je hebt dan de nicotine nodig om je lekker te voelen. Een roker is dan verslaafd. Hij of zij kan niet meer zonder een sigaret.
Na het roken van een sigaret, is de nicotine snel weer weg. Dan krijg je weer zin in een nieuwe sigaret. Bij sommige mensen gaat dat heel snel. Ze roken bijna de hele dag door. Andere mensen roken minder sigaretten. Bij hen duurt het langer voordat ze weer zin hebben in een sigaret.
Soms heeft het te maken met de dingen die je doet. Bijvoorbeeld als je met vrienden op een terrasje zit. Misschien heb je dan meer zin in roken dan wanneer je alleen bent. Je denkt dat roken bij een drankje op het terras hoort. Dat hoort allemaal bij het verslaafd zijn aan roken.
