In 2003 heeft de Universiteit Maastricht een RCT onderzoek gedaan naar de effecten van vergoeding van stoppen met roken ondersteuning.
Dit onderzoek vond plaats in opdracht van het ministerie van VWS ivm een motie uit 1998 van Kant/Oudkerk mbt vergoeding van stoppen met roken ondersteuning. Toenmalig Minister Borst liet de Kamer destijds weten dat ze tot vergoeding zou overgaan als dit effectief bleek te zijn. Toen de resultaten beschikbaar waren, had Minister Hoogervorst het roer overgenomen, en moest hij maatregelen uit het basispakket halen ivm kostenbesparing. Hij besloot toen helaas om stoppen met roken er niet in te doen.
Het onderzoek vergeleek het effect van het vergoeden van behandeling voor stoppen met roken met standaard behandelingen die niet vergoed werden in termen van half jaar en jaar abstinentie.
Uitkomsten
De resultaten laten zien dat bij vergoeding significant meer deelnemers een effectieve stoppoging hadden gedaan en na een jaar nog steeds gestopt bleken (de kans om een stoppoging te ondernemen was in de experimentele groep was 1,3 keer hoger). Ook bleek dat meer stoppers in de experimentele groep 2,8 keer meer kans hadden ondersteuning te gebruiken bij het stoppen (ondersteuning bij stoppen vergroot de effectiviteit van een stoppoging). Na 12 maanden bleek het verschil in aantal stoppers tussen beide groepen behouden en was 3,7%: een landelijke vergoeding zou leiden tot zo’n 144.000 extra stoppers.
Verschenen artikelen