Voor professionals / Setting / Gemeente / Regionale cijfers
Regionale cijfers
In heel Nederland is roken nog steeds de grootste veroorzaker van voorkombare sterfte en ziektelast.

Er zijn grote verschillen in rookprevalentie tussen hoog-en laagopgeleiden. Het aantal rokers onder de van oorsprong Turkse bevolking is groot. Deze verschillen zijn ondermeer bepalend voor het bestaan van SEGV.
Ook per regio zijn er enige verschillen.

U vindt hier verschillende cijfers die onderbouwing kunnen geven bij het formuleren van lokaal en /of regionaal beleid:

  • cijfers die een indicatie geven van het aantal rokers per provincie
  • een rekenmethode om het aantal rokers, het aantal mensen dat aangeeft te willen stoppen en het aantal mensen dat overlijdt a.g.v. roken in de gemeente te berekenen: de urgentiemeter
  • cijfers die het verschil aangeven tussen aantallen rokers hoog-en laagopgeleid
  • cijfers die inzicht geven in verschil tussen autochtoon en allochtoon wat betreft rookprevalentie
Aantal rokers per provincie

In Nederland zijn er naar schatting zo’n 3,73 miljoen rokers van 15 jaar en ouder en 70.000 jongeren van 10 tot en met 14 jaar. Bij elkaar zo’n 3,8 miljoen rokers. De rokers van 15 jaar en ouder zijn als volgt over de provincies verdeeld.

 inwoners
15+
percentage
15+
Groningen484.93127,6
Friesland529.00030,4
Drente403.49529,8
Overijssel917.51428,5
Gelderland 1.638.51524,2
Flevoland304.74326,5
Utrecht992.62822,0
Noord Holland2.207.95027,7
Zuid Holland2.891.76426,9
Zeeland316.10631,6
Brabant2.022.07428,7
Limburg953.35829,0
bron: STIVORO, TNS NIPO Continu Onderzoek Rookgewoonten 2010
Meer informatie over regionale cijfers is verkrijgbaar op RIVM Zorgatlas
Urgentiemeter: Hoe groot is het probleem rondom roken in uw gemeente?
Vul het aantal inwoners van uw gemeente in, of zet de schuif op het juiste aantal. U krijgt vervolgens een overzicht van de belangrijkste cijfers. Hoeveel rokers er gemiddeld binnen uw gemeente zijn bijvoorbeeld, hoe vaak er is geprobeerd te stoppen, en het gemiddeld aantal mensen dat in uw gemeente aan de gevolgen van roken overlijdt. Het zijn alarmerende getallen, die vragen om een actief tabakspreventiebeleid.
Vul hier het aantal inwoners van uw gemeente in en u heeft de gegevens.
Rookprevalentie hoog-en laagopgeleiden
Naar verhouding rookten in de periode 1988-2008 minder mensen met een hoge opleiding dan met een lage of middelbare opleiding. Ook daalde het percentage hoog opgeleide rokers in deze periode sterker dan het percentage laag en middelbaar opgeleide rokers. De sociaaleconomische verschillen in roken zijn dus in de afgelopen 20 jaar in Nederland toegenomen.

Laagopgeleide volwassenen
In de leeftijdscategorie van 25-34 jaar komt het verschil in rookgedrag het sterkst tot uiting. In deze groep rookt 70% van de laag opgeleide mannen tegen 25% van de hoog opgeleide mannen. Bij de vrouwen is dit respectievelijk 50% van de laag opgeleiden en 20% van de hoog opgeleide vrouwen. De verschillen in het percentage rokers tussen de verschillende opleidingsniveaus zijn de afgelopen tien jaar groter geworden (TNS NIPO, COR, 2009).

Laagopgeleide jongeren
Meer laag opgeleide jongeren roken. Als jongeren ongeveer 13 jaar oud zijn, neemt het aantal rokers onder hen aanzienlijk toe. In 2009 lag het percentage jongeren tussen de tien en veertien jaar dat rookte nog ongeveer op 7%. Tussen vijftien en twintig jaar is dat al 36% (TNS NIPO, RJM, 2009). Hoe lager het schooltype, hoe meer leerlingen er roken. Op het VMBO-b rookt 16% van de leerlingen dagelijks, terwijl dit op het VWO slechts 7% is (TNS NIPO, RJM, 2009).
Lees meer >

Rookprevalentie autochtoon en allochtoon
De verschillen in gezondheid naar opleidingsniveau of sociaaleconomische status manifesteren zich ook in verschillen tussen autochtonen en allochtonen. De sterftekans van allochtonen ligt gemiddeld hoger dan die van autochtonen (Garssen, Bos, Kunst & van der Meulen, 2003). Van de allochtonen behoort 60% tot de lage SES.
mannen vrouwen
Turks 63 31,6
Marokkaans 29,8 < 1
Surinaams 53,5 27,3
Autochtoon Nederlands 42 34
Percentage rokers onder autochtonen (35 - 54 jaar) en de grootste
groepen allochtonen (35 -60 jaar) in Amsterdam (Nierkens, 2006) 
Waar vindt u een GGD?
Hier vindt u een kaart met alle GGD'en

Klik op het kaartje en kies in het nieuwe scherm een regio voor adresgegevens van de betreffende GGD-en.
Waar vindt u een GGD?