In tabaksrook bevinden zich ongeveer 4000 stoffen waarvan er minstens veertig kankerverwekkend zijn. De bekendste stoffen in tabaksrook zijn nicotine, teer en koolmonoxide. Verder bevat tabaksrook benzeen, nitrosaminen, formaldehyde en waterstofcyanide.
Bij het ontstaan van longkanker speelt de teer in rookwaar een belangrijke rol. De teer zorgt ervoor dat de luchtwegen ontstoken en beschadigd raken. Op de plaats in de luchtwegen waar de beschadiging zich bevindt, zijn de luchtwegen gevoeliger. Het erfelijk materiaal in de cellen kan van slag raken en er voor zorgen dat de cellen veranderen in abnormale cellen. De cellen kunnen zich spontaan gaan vermenigvuldigen. Deze wildgroei van cellen leidt tot het ontstaan van een kankergezwel.
Longkanker is de kanker in Nederland met de hoogste sterfte. Zie
Sterftecijfers Rokersziekten uit het Jaarverslag STIVORO 2001. Vaak wordt longkanker pas in een laat stadium ontdekt. De sterfte aan longkanker is voor mannen dalende, voor vrouwen stijgt het aantal nog steeds. Een verklaring voor dit verschil is te vinden in het rookgedrag van de afgelopen dertig jaar. Het aantal mannen dat rookte, daalde, maar het aantal rokende vrouwen steeg.
Het risico dat rokers lopen op het krijgen van longkanker wordt veroorzaakt door de hoeveelheid sigaretten per dag, het aantal jaren dat iemand rookt en de leeftijd waarop iemand is begonnen met roken. Het roken van lichte of filtersigaretten biedt geen bescherming tegen het krijgen van longkanker. Meeroken door niet-rokers zorgt voor 200 doden aan longkanker per jaar.