
In tabaksrook zitten veel stoffen, ongeveer 4.000. Van veertig van deze stoffen kun je kanker krijgen. Dat noemen we ‘kankerverwekkend’. Eén stof, nicotine, heeft een sterk verslavend effect. Nicotine geeft een plezierig gevoel in de hersenen. Dit plezierige gevoel zorgt voor een verlangen naar een nieuwe dosis nicotine. Ook het lichaam raakt gewend aan een bepaalde hoeveelheid nicotine in het bloed. Door de afbraak van nicotine krijgt het lichaam elke keer behoefte aan een nieuwe dosis nicotine. Deze twee processen zorgen ervoor dat de roker afhankelijk wordt van sigaretten en verslaafd raakt.
Bekijk hier de film over de gevolgen van roken voor uw lichaam.
Veel mensen denken dat sigarenrook minder schadelijk is voor de gezondheid dan sigarettenrook. Dit is niet waar. Sigarenrook is juist ongezonder. Er zit meer teer, koolmonoxide en ammoniak in. De teer in sigarenrook bestaat uit meer kankerverwekkende stoffen dan de teer in sigarettenrook.
Als je sigaren rookt, adem je de rook niet in of inhaleer je minder diep. Sigarenrook wordt namelijk beter in de mondholte opgenomen dan sigarettenrook. Het roken van sigaren, zonder te inhaleren, is minder slecht voor de longen. Toch heeft ook een sigarenroker meer kans op longkanker dan een niet-roker. De kans op keel- en mondkanker is zelfs groter dan bij sigarettenrokers. De kans op hart- en vaatziekten is bijna net zo hoog als bij sigarettenrokers.
