
Hoe begint iemand met roken? Hier vind je informatie over hoe je bent begonnen met roken en hoe nicotine werkt. |
De invloed van familie en vrienden is groot als je begint met roken. Misschien was je als kind nooit van plan om te gaan roken. Kun jij je het moment nog herinneren waarop je begonnen bent met roken? Veel mensen beginnen in de puberteit met roken. Dan begin je samen met mensen van je eigen leeftijd. Mensen van school of van een club waar je bij hoort. Rookten je ouders? Dan heb je van hen het voorbeeld gekregen dat roken erbij hoort. Zo werkt de invloed van mensen om je heen.
Je bent begonnen met roken. Eerst rookte je nog niet elke dag. Later wel. Roken ging steeds meer horen bij het leven van elke dag. Je denkt aan roken op bepaalde plekken, op een bepaalde tijd, met bepaalde mensen en bij bepaalde gevoelens. Dat gaat vanzelf. Roken is een gewoonte geworden. Je denkt er niet meer over na.
In sigaretten zit nicotine. Die nicotine gaat via je longen en je bloed naar je hersenen. Dat gaat heel snel, binnen 10 seconden. Nicotine prikkelt de hersenen. Je merkt het bijna niet, maar je gaat je iets prettiger voelen. Of je kunt je beter concentreren. Nicotine is snel uitgewerkt. Als je sigaret op is, daalt de hoeveelheid nicotine in je lichaam weer snel. Zelfs zo snel dat je je niet meer prettig voelt. Dan krijg je weer zin in een sigaret, in nicotine dus. Hoe snel dat gaat, hangt af van je rookgewoontes.
Toen je pas rookte, kon je niet meer dan een kleine hoeveelheid nicotine verdragen. Je werd er zelfs misselijk van als je meer sigaretten nam. Die hoeveelheid is langzaam omhoog gegaan. Je wordt onrustig als de hoeveelheid nicotine in je bloed minder wordt. Je gaat het roken missen. Dat geeft vervelende gevoelens. We noemen dat ontwenningsverschijnselen. Je merkt dat niet altijd. Je steekt gewoon weer een sigaret op. Je voelt dat je door die sigaret tot rust komt. Want je lichaam krijgt weer nicotine binnen. Je zit dan vast in een cirkel van gewenning.
